Ipse de Bruggen

Drie generaties, één passie voor de zorg

Drie generaties, één passie voor de zorg
8 min leestijd

Wat begon bij oma Annie in 1988, groeide uit tot een bijzondere familiegeschiedenis bij Ipse de Bruggen. Dochter Lokke en kleindochter Sarah traden in haar voetsporen, ieder op hun eigen manier, maar met hetzelfde hart voor cliënten en collega’s. Samen vertellen ze wat dit werk voor hen zo waardevol maakt en hoe drie generaties zich thuis voelen in de zorg.

Annie: “Ipse de Bruggen voelde als een tweede thuis”

Annie begon in 1988 als huishoudelijk medewerkster op het Zonnehof in Delft. “5dagen per week, vijf uur per dag, ideaal te combineren met mijn gezin,” vertelt ze. Na 12 jaar kreeg ze de kans om begeleider te worden bij dagbestedingslocatie de Dolfijn. Dat was spannend, want ze had geen zorgopleiding. Toch greep ze de mogelijkheid met beide handen aan. Ze maakte nog één keer de overstap naar locatie Bisnis in Zoetermeer, waar ze tot haar pensioen bleef werken. “Het vertrouwen dat ik kreeg, dat ik de kans kreeg om mijn vaardigheden te ontwikkelen en de ruimte had om met nieuwe ideeën te komen, voelde goed. En mijn werk bij Bisnis was ook nog eens het leukste werk dat ik in mijn loopbaan heb gehad,” vertelt Annie. “Er veranderde veel in de loop der jaren, maar Ipse de Bruggen voelde voor mij altijd als een tweede thuis.”

Lokke: “Een werkplek creëren waar cliënten trots op zijn geeft mij energie”

Dochter Lokke koos in eerste instantie een heel ander pad. “Opgeleid als kok begon ik 25 jaar geleden bij de Zoetelaar in Zoetermeer. Maar al snel ontdekte ik dat ik het meeste plezier haalde uit het contact met cliënten. Toen er een plek vrij kwam bij dagbestedingslocatie het Palet in de Lier, heb ik die kans benut. Ik heb de zorgopleiding gedaan en werk er nu alweer 23 jaar. Ik begeleid een grafische groep waar we allerlei druktechnieken toepassen op hout en stoffen.”

“Wat mij drijft? Nieuwe dingen bedenken, samen met cliënten. Zo is ook de grafische groep ontstaan. In het begin deed een collega één keer per week aan lino-snijden met de cliënten. Na haar pensioen dacht ik: hier zit veel meer in! Inmiddels draaien we 5 dagen per week en maken cliënten producten waar ze echt trots op zijn. Soms liggen die zelfs in winkels. Het mooiste moment is als ze hun eigen werk ergens terugzien, dat geeft zoveel voldoening.”

“Soms begint het heel eenvoudig. We hadden ooit bergen karton liggen. Zonde om weg te gooien, dus zijn we er krabplaten voor katten van gaan maken. En wat bleek? Katten zijn er dol op! Voor de cliënten voelde het als een groot succes: iets maken dat écht gebruikt wordt. Dat maakt het werk waardevol, duurzaam én gewoon ontzettend leuk.”

“Ik kreeg vaak te horen: ‘Probeer het maar!’ Als iets dan lukt, is dat fantastisch. Het leukste vind ik de samenwerking tussen verschillende dagbestedingslocaties. Zo bedrukken wij stoffen voor de Ruimte in Delft, die er prachtige producten van maakt. "Onze houtgroep maakt diverse soorten kistjes voor een groot aantal vaste klanten, die wij bedrukken met het logo. Ook komen andere locaties met vragen of wij iets voor ze kunnen betekenen. Die verbindingen zijn waardevol; wat de ene groep niet kan, kan de ander juist wél. Zo versterken we elkaar.”

Sarah: “Ik sta open voor nieuwe dingen en zoek graag uit wat mogelijk is”

Kleindochter Sarah had eerst ook hele andere plannen. “Ik deed de bakkersopleiding. Bij het werk in de bakkerij miste ik het contact met mensen. Omdat ik vroeger vaak met mijn moeder meeging naar haar werk, kende ik Ipse de Bruggen al een beetje. Toen ik hier tijdens corona vrijwilligerswerk deed, wist ik meteen dat dit beter bij mij paste.” Ze begon de opleiding tot persoonlijk begeleider en werkt nu bij dagbestedingslocatie de Ruimte in Delft. “Als jongere pak ik vanzelf dingen op die voor anderen lastiger zijn, zoals computers en digitale systemen. Ik sta open voor nieuwe mogelijkheden en krijg daar gelukkig de ruimte voor. Tegelijk merk ik dat cliënten het vervelend vinden als je te veel achter de laptop zit. Dan zeg ik: ‘Nog even dit doen, en daarna ben ik er weer helemaal voor jullie.’” Lokke vult aan dat zij in de digitale dossiers wel vaak een stukje geschiedenis van de cliënt mist. “Juist de kennis van de achtergrond kan soms helpen om gedrag beter te begrijpen. Dat maakt de zorg persoonlijker én effectiever.”

De kracht van stabiliteit met een vleugje humor

Ondanks het generatieverschil zijn er veel overeenkomsten in de manier van werken van de 3 dames. “Structuur, duidelijkheid en afspraken,” roepen ze in koor. “En af en toe een grapje, want een beetje humor helpt om spanning weg te nemen of iemand mee te krijgen,” legt Sarah uit. “Als ik soms een beetje gek doe, reageren cliënten lachend: ‘Hé Sarah, doe even serieus, je bent op je werk.’ Dat laat zien dat er ruimte is voor humor.”

“Annie, hou jij mijn tassie even vast”

Annie lacht: “In mijn tijd hoorde je heel vaak het lied: ‘Annie, hou jij mijn tassie even vast.’ Ze zongen het zo vaak dat ik zei: ‘Wie het nog een keer zingt, moet mij een kwartje betalen.’ Op een dag kwam er een cliënt op mij af, legde een kwartje neer en begon vrolijk het liedje te zingen. Die humor vind ik zo leuk!”

“Als een cliënt, die het een beetje te bont gemaakt had, vroeg of ik boos was, dan zei ik bijvoorbeeld: ‘Nee hoor, ik ga thuis wel huilen.’ Dan verdween de spanning. Ze begrepen dat het een grapje was, maar ook dat ik het serieus meende.”

“Natuurlijk werkt humor niet altijd, maar structuur en duidelijkheid blijven de basis, en het belangrijkste is dat je stabiliteit biedt,” zegt Lokke.

Veranderingen door de generaties heen

Annie: “Toen ik begon hoefde ik geen dossiers bij te houden of plannen te schrijven, dat deden alleen collega’s met een opleiding. Later kwam dat werk er wel bij, dat vond ik spannend. Veranderingen in systemen en werkwijzen vragen nu eenmaal steeds weer om aanpassing. Toch zie ik ondanks al die veranderingen nog steeds hetzelfde beeld op de dagbesteding: cliënten die rustig werken en er tevreden uitzien. En eigenlijk is dat alles wat telt.”

Lokke is het daar helemaal mee eens, al geeft ze toe dat ze goed bij de les moet blijven. “Waar ik vroeger bij een verandering zei: ‘Ach, gewoon doen,’ zie ik nu dat ik bijvoorbeeld bij het gebruik van Ons CVO (Cliënt Volg- en Ondersteuningssysteem, red.) lang niet alle mogelijkheden benut. Gelukkig heb ik jongere collega’s die dan zeggen: ‘Kom, ik help je wel even.’ Dat is echt fijn.”

“Naast nieuwe technieken verandert ook de zorgvraag,” vertelt Lokke. “Door de afbouw van sociale werkplaatsen krijgen we steeds meer cliënten vanuit sociale werkvoorzieningen. Deze cliënten hebben niet alleen een verstandelijke beperking, maar ook vaak psychiatrische problematiek. Dat vraagt om een andere aanpak. Het gaat goed, maar het is wel even schakelen. Waar in hun vorige omgeving productie en tijd centraal stonden, proberen wij die juist weg te houden. Soms zeggen ze zelfs: ‘Dit is geen werk.’ Dat kan botsen met andere cliënten die juist trots zijn op wat ze hier doen.”

En Sarah? Die ziet vooral kansen. “Veranderingen zoals digitalisering maken alles makkelijker, maar we moeten wel opletten dat de cliënt centraal blijft staan. De computer mag nooit belangrijker worden dan het contact.”

Wat we moeten koesteren in de volgende generaties

Over één ding zijn ze het alle drie eens: wat er ook verandert, arbeidsmatige dagbesteding moet altijd blijven bestaan. “Iets tastbaars maken geeft cliënten eigenwaarde. Daar hoort begeleiding bij van mensen die hen echt kennen en helpen groeien. Niet alleen binnen de dagbestedingslocatie, maar ook daarbuiten, in samenwerking met andere organisaties. Zo voelen cliënten zich gezien, veilig en gewaardeerd. En dat is precies wat Ipse de Bruggen sterk maakt,” zegt Lokke. “De kwaliteit van de begeleiding, de ruimte om te groeien, de warmte en veiligheid. Dat moeten we vasthouden.” Creativiteit en samenwerking vinden ze net zo belangrijk. “Uit nieuwe initiatieven en ideeën ontstaan vaak de mooiste dingen. En die passie wordt weer doorgegeven aan de volgende generatie.”

De toekomst

Annie, Lokke en Sarah kijken vol optimisme vooruit. Annie ziet haar enthousiasme terug bij Lokke. Lokke geeft het weer door aan Sarah. “We waren niet verbaasd dat Sarah de stap naar de zorg zette, maar wel dat ze het zo snel deed,” zegt Lokke.

“We zijn overtuigd dat de zorg ook in de toekomst in goede handen is. Wij zien Sarah als het mooiste bewijs daarvan.”