Ipse de Bruggen

Vooruitblik

2 min leestijd

Naast de eerder beschreven ambities, zoals toekomstbestendige dagbesteding, netwerkzorg, zelfevaluatie, OnsCVO en organisatiebrede programma’s, werken we in 2026 binnen Volwassenenzorg verder aan een aantal belangrijke ontwikkelingen:

We ontwikkelen signaallijsten voor managers en gedragskundigen met informatie over cliënten, financiën en personele bezetting. Door deze gegevens cyclisch te volgen en signalen tijdig te herkennen, voorkomen we dat teams uit balans raken. Zo kunnen we beter ondersteunen en sturen op de kwaliteit van zorg.

Daarnaast zetten we stappen in het werken met samenwerkende teams. Dit doen we door workshops te organiseren, te roosteren per cluster en ervoor te zorgen dat collega's binnen een cluster de juiste toegang hebben tot systemen, waardoor zij hun werk goed kunnen doen. Dit versterkt de samenwerking tussen teams en ondersteunt medewerkers in hun dagelijkse werkzaamheden.

In 2026 voegen we de ambulante teams binnen Volwassenenzorg samen. Hiermee werken we toe naar een meer eenduidige aansturing, een gezamenlijke visie en een uniforme werkwijze. Dit draagt bij aan overzicht, samenwerking en continuïteit van zorg.

Ook ontwikkelen we het Volledig Pakket Thuis (VPT) verder. Deze vorm van zorg maakt het mogelijk dat cliënten intensieve zorg en begeleiding vanuit de Wet langdurige zorg ontvangen in hun eigen woning. Cliënten houden zo regie over hun eigen leven en krijgen zorg op maat. We breiden VPT verder uit, zodat dit beter aansluit bij de behoeften van cliënten en bij de zorg van de toekomst.

We organiseren medewerkersbijeenkomsten waarin medewerkers met de directeur in gesprek gaan over actuele thema’s en ontwikkelingen. Deze bijeenkomsten bieden ruimte voor uitwisseling, vragen en gezamenlijke reflectie.

In 2026 werken we verder aan toekomstbestendige dagbesteding. We streven naar een samenhangende en ontwikkelgerichte inrichting van dagbesteding en werk, waarin wonen, dagbesteding en werkontwikkeling goed op elkaar aansluiten. Daarbij is er aandacht voor externe participatie en werk, als vast onderdeel van het aanbod.

Tot slot zetten we de samenwerking voort binnen de medisch-generalistische zorg (MGZ). Dit is de gezamenlijke medische zorg van huisartsen en artsen verstandelijk gehandicapten, ook tijdens ANW-uren. Door schaarste aan artsen en complexere zorgvragen staat de toegang onder druk. Regionale samenwerking is nodig om de zorg beschikbaar en duidelijk te organiseren. Het MGZ‑convenant (2024) biedt hiervoor richting. Ipse de Bruggen speelt hierin een belangrijke rol binnen de regio’s.